bonifatius

Bonifatius wilde de Germanen bekeren. Ze vereerden hun goden meestal onder een grote eik, want zo’n machtige boom dachten de Germanen, moest wel met de goden te maken hebben.
Om te laten zien dat dit onzin was, hakte Bonifatius de heilige eik om. Veel Germanen lieten zich dopen. Maar anderen bleven zich verzetten. Ze geloofden niet in die God waarover Bonifatius sprak.

Ondanks zijn rigoureuze handelen zocht Bonifatius aansluiting bij de denkwereld van de Germanen. Hij gaf bijvoorbeeld de lokale, traditionele feestdagen een christelijke vervanger.

In 754 trok de toen al oude Bonifatius naar de Friese stad Dokkum om daar nog eens te proberen de Friezen te dopen. Maar een groep rovers overviel ‘s ochtends de slaapplaats en doodde hem.

Sommige  noemen de gebeurtenis moord, anderen doodslag. Willibald, een priester uit de achtste eeuw beschrijft dat Bonifatius tijdens zijn reis ‘de afgodendienst vernietigt’, ‘heidense tempels en beelden kapot maakt’, ‘kerken bouwt en duizenden mannen, vrouwen en kinderen doopt’. De vernietiging van heidense heiligdommen door Bonifatius en zijn volgelingen zou voor de heidense Friezen een reden tot vergelding zijn geweest. Het ging hierbij dus niet zozeer om een roofmoord, zoals Willibald opperde, maar om een vergeldingsactie van ongekerstende Friezen. Bonifatius en zijn gezellen doen dit onder militaire bescherming. Zolang dit gedaan werd in de door de Franken overheerste gebieden ‘zou het geen problemen hebben opgeleverd. Maar zou dit door de worden Friezen opgevat als een provocatie’.

Bonifatius en kerstfeest

Het kerstfeest wordt in Duitsland pas in 831, tijdens de Mainzer Synode, officieel ingevoerd.
De conclusie is dat het kerstfeest een concessie van de Kerk aan de heidenen is. De Europeanen bleven namelijk hardnekkig aan hun heilige midwinterfeest vasthouden. Volksgebruiken die bij het heidense zonnefeest hoorden werden in eerste instantie verboden, en als dat niet lukte overgenomen en overgoten met een christelijk sausje. Het feest en de gebruiken werden ingelijfd in het
christelijke geloof.

De wilde jacht. Een germaanse feestavond

de wilde jacht
de wilde jacht

De Wilde Jacht was een luidruchtige en razende jachtstoet van overledenen, voorgegaan door de leider van de jacht. Dit was vaak Wodan “de woedende”, de oppergod uit de Germaanse mythologie. Hij reed met zijn speer in de hand op zijn achtbenige witte paard Sleipnir door de lucht gevolgd door een huilend, jammerend, joelend en schreeuwend dodenleger, vergezeld door jachthonden De jacht is op op de wolf Fenrir, die de zon verslindt waardoor het altijd donker zal zijn.

De deelnemers aan de jacht waren zowel mannen, vrouwen als kinderen, die meestal gewelddadig aan hun eind waren gekomen. Soms werden toeschouwers meegezogen in de jacht en moesten dan vaak jaren meetrekken.

Het verhaal over de Wilde Jacht wordt ook in verband gebracht met bezetenheid. Men stelde zijn lichaam beschikbaar om te worden overgenomen door een geest. Dat laten overnemen door een kracht, dus niet meer geheel in de menselijke vorm zijn, werd gedaan door speciale krijgers met een hoge statusgenaamd de ‘harii’ of ‘heir’. Zo’n staat van bewustzijn kunnen aannemen was namelijk een speciale kwaliteit die niet iedereen bezat. Tijdens die bezetenheid droegen de meesten een masker, om zich beter te kunnen identificeren met de dode. Die maskers waren zwart of groen, de kleuren van dood en verval.

Het werd dus een dodenleger van zwarte krijgers, van Pietje de Dood zoals magere Hein in Vlaanderen genoemd wordt.

De mannenbonden

In de heidense tijd waren er in de Germaanse delen van Europa verbonden van krijgers die aan Odin/Wodan gewijd waren. Ze worden ook wel mannenbonden genoemd. Deze mannenbonden hadden een berispingsrecht in hun gemeenschap. Ze berispten mensen die zich niet aan de huwelijkse trouw hielden, zich te buiten gingen aan seksuele uitspattingen en soortgelijke zaken. Deze mannenbonden hadden een correctieve,opvoedende taak in hun gemeenschap. Dezelfde mannenbonden haalden ook jonge knapen die in aanmerking kwamen voor jongelingenwijdingen bij hun ouders vandaan. Ze werden vervolgens voorbereid om inwijdingen tot jongeling te ondergaan. Je kunt je voorstellen dat dit ritueel voor een jongen een angstige aangelegenheid was, hier was niets zoet aan, echter waar hij wel stoutmoedig, manhaftig en dapper uitkwam. Trots, want hij had zijn angsten overwonnen! De zak waarin je wordt meegenomen heeft een opvoedende taak en is er één van inwijding.

De jonge knapen in de heidense tijd die gewijd werden aan Wodan moesten hun angsten overwinnen. Lukte dit niet, dan schaamde ze zich rot en waren ze een moederskindje. Daarom moesten ze de nacht in om hun angsten voor het donker met zijn monsters en spoken te overwinnen. Ten teken daarvan schilderde je je gezicht zwart. Net zoals de aan Wodan gewijde krijgers.

St. Nicolaas of Sinterklaas

Zijn naamdag viel toevallig in de periode van midwinter, de tijd waarin vanouds veel offerkoeken werden gebakken. Aanvankelijk zullen deze ‘claeskoeken’ vooral hebben bestaan uit brood en met honing smakelijk gemaakte koeken. Exotische specerijen waaruit onze speculaaskruiden nu zijn samengesteld, waren immers nauwelijks bekend en bovendien ‘peperduur’. Men vermoedt dat specerijen als kaneel, nootmuskaat, kruidnagelen, foelie en kardemom al bekend waren bij de oude Romeinen. Via de Kruistochten in de 5e en 6e eeuw werden ze ook bekend in de Lage Landen waar ze met name in de kloosterbakkerijen werden gebruikt voor culinaire experimenten. Met de komst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie kwamen deze specerijen in de 16e en 17e eeuw echter ook voor Jan Modaal in grote hoeveelheden beschikbaar. Amsterdam fungeerde als stapelmarkt, de prijzen zakten enorm en de opmars van speculaas kon beginnen.

Speculaas

De Germanen hadden een heilig ontzag voor hun goden die de wisseling van de seizoenen bepaalden en zorgden voor de groei van het gewas. Om de goden gunstig te stemmen werden dieroffers gebracht, vooral in de donkere dagen van het jaar. Het was voor de Germanen immers onzeker of de dagen weer langer zouden worden. Later werden ook offers in de vorm van brood en banket gebracht. Vaak werden deze offers gebracht bij een heilige eik of in een deel van het bos dat met heiligheid was omgeven. Bij voorkeur ging het om broden en koeken waaraan luxe zaken als honing of gedroogde vruchten waren toegevoegd. Deze offerbroden zijn daarmee tevens een verre voorouder van bijvoorbeeld onze kerststollen.

“Wie vroeger een meisje voor zich wilde innemen, gaf haar een hart van marsepein of een vrijer van speculaas.”

Geheime receptuur

Tal van brood- en koekvormen bleven bewaard zoals de koe en het varken, symbolen van voorspoed en welzijn. De populariteit van dergelijk feestgebak nam zelfs dusdanige vormen aan dat de heilige Eligius (588 – 659) zich genoodzaakt zag een waarschuwend vingertje op te heffen en hij was niet de enige kerkelijke autoriteit die zich hierover zorgen maakte.

Iedere bakker ontwikkelde in de loop der eeuwen zo zijn eigen bakkersgeheimen. Dit gold natuurlijk ook de samenstelling van het speculaasdeeg. Vaak werd de receptuur vastgelegd in een boekje met een slot of in een eenvoudig schrift. Wee de bakkersknecht die het waagde zijn blik in dit geheime vakboek te laten vallen! Speculaasdeeg was een duidelijk voorbeeld van zogeheten patroonsdeeg, niemand anders dan de bakkerspatroon zelf mocht dit bijzondere deeg bereiden. Dit deeg werd soms al in september voorbereid om daarna drie maanden te kunnen rijpen. De geheimen omvatten niet alleen de samenstelling van het deeg, de wijze van het bakken en de constructie van de oven. Met name de verhouding van de specerijen en de soorten die men gebruikte gaf een eigenheid aan het kruidige speculaasje. Ook de manier waarop het speculaas, nadat het gebakken was, werd bewaard was van invloed op de smaak. Voor het dikke speculaas beschikte men over kisten die van binnen met blik waren beslagen. Een juiste constructie zorgde ervoor dat het hard zanderige gebak uiteindelijk lekker bros werd.

advertentie: speculaasplank

speculaasplank

advertentie

Wonderlijk rauw en bizar klinken de oudste verhalen uit Noord-Europa, waaronder de Edda, ons in de oren. Waar gaat dit over? Hier worden duidelijk geen persoonlijke beslommeringen of zieleroerselen uitgebeeld, en evenmin de lotgevallen van een volk. De beelden zijn van bovenmenselijk, kosmisch formaat.

 

Black Friday 2017

Bonifatius, Sinterklaas en speculaas
Getagd op:                                    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *